Burgers voor blauw: Vrijwilligers bij de politie toen en nu

Als vrijwilliger bij de politie hield ik mij jarenlang bezig met geschiedkundig onderzoek. Nee, ik onderzocht geen oude misdaden, maar wel de geschiedenis van de politie! In 2013 leidde dit tot de publicatie van het boekje Burgers voor blauw, over de geschiedenis van politievrijwilligers in Rotterdam en omstreken. Dit professioneel vormgegeven boekje verscheen in een oplage van 1000 exemplaren. Mijn bijdrage aan deze uitgave bestond uit het onderzoeken en beschrijven van de geschiedenis van de vrijwillige politie. Daar kwam veel archiefonderzoek bij kijken, onder andere bij de Historische Collectie Politie Eenheid Rotterdam en het Nederlands Politiemuseum.

Cornelis Cardinaal 1819-1893

Cornelis Cardinaal werd in 1819 geboren in Groningen. Hij groeide op in die stad, en ging er ook studeren aan de Hogeschool: rechten. In 1844 promoveerde hij tot doctor in het Romeins en hedendaags recht, waarna hij zich in Almelo als advocaat vestigde. In 1846 keerde hij echter alweer terug naar zijn geboortestad Groningen, waar hij op 10 februari van dat jaar werd benoemd tot commissaris van politie, een functie die destijds werd gecombineerd met die van ambtenaar van het openbaar ministerie bij het kantongerecht.

Albertus Jacobus Clemens Janssens 1807-1879

Als commissaris van politie in Rotterdam verwierf Janssens vooral faam in de strijd tegen de zoge-noemde geldsnoeiers, criminelen die de randen van munten afschaafden om zo een deel van het edelmetaal, waarvan munten toen nog werden gemaakt, in handen te krijgen. Als een soort Sherlock Holmes vermomde Janssens zich als bedelaar om een bende geldsnoeiers te infiltreren. Hij had zich het jargon van de muntschenders eigen gemaakt, en liep enige tijd mee met de criminelen, zonder argwaan te wekken. Daarna kon de bende door een politiemacht met militaire versterking worden gesnapt. Voor zijn strijd tegen de geldsnoeiers werd Janssens in 1847 met een door de staat verleende gratificatie beloond.

Louis Einthoven 1896-1979

Vanaf 1920 bekleedde Einthoven diverse overheidsfuncties in zijn geboorteland Nederlands-Indië, om in 1926 terug te keren in Europa – eerst in Nederland, en een jaar later ging hij naar Genève, waar hij zich bezighield met de bestrijding van valsmunterij, en verbonden was aan het Internationaal Arbeidsbureau van de Volkenbond. In 1929 ging hij opnieuw naar Nederlands-Indië, om aan de slag te gaan als jurist. Eind 1933 vertrok Einthoven opnieuw naar Nederland, om in Rotterdam hoofdcommissaris van politie te worden. In die functie kon hij putten uit zijn internationale ervaring, en het feit dat hij jurist was geweest gaf hem bovendien een stevige juridische basis. Zo maakte hij onder meer korte metten met de geringschattende manier waarop het openbaar ministerie in Rotterdam de politie bejegende, door zijn mensen weerbaar te maken en op het hart te drukken zich vooral niet te laten koeioneren.

Jacob Pieter Roszbach (1882-19??)

Een opmerkelijke episode in zijn tijd als commissaris was de zaak-Konovalec. Op 23 mei 1938 werd deze leider van de Oekraïense Vrijheidsbeweging door middel van een tijdbom vermoord op de Coolsingel. Niet alleen de politie nam het onderzoek naar deze tot de verbeelding sprekende moord ter hand: kort na de aanslag, in juni, kondigde het medium Fred. Marion een voorstelling aan in de Grote Schouwburg, waarbij hij volgens eigen zeggen nieuwe aanwijzingen betreffende de zaak uit de doeken zou doen.

Adriaan Hendrik Sirks 1879-1941

Op 23 maart 1914 werd Sirks benoemd tot hoofdcommissaris van de Rotterdamse politie, een functie die hij vanaf 1 mei zou gaan bekleden. Dat de keuze uit de vele honderden sollicitanten op hem viel, was een verrassing, maar het Rotterdamsch Nieuwsblad was enthousiast en verwachtte veel van de jonge Sirks. Hij kon in elk geval meteen aan de bak, want de mobilisatie in verband met de Eerste Wereldoorlog zorgde voor tekorten bij de Rotterdamse politie, die Sirks opving door een korps vrijwillige politie op te richten. Een ander probleem waar Sirks tijdens de Eerste Wereldoorlog mee te maken kreeg, was de grote stroom Belgische vluchtelingen, wat de hoofdcommissaris vooral gedurende de eerste maanden van de oorlog veel werk opleverde. Honderden familieleden van Belgische vluchtelingen stuurden hem brieven met verzoeken om inlichtingen, die hij allemaal persoonlijk behandelde. Ter beloning van zijn inspanningen werd Sirks op 23 februari 1923 benoemd tot officier in de Belgische Kroonorde.

Willem Voormolen 1856-1909

Na zijn militaire carrière werd Voormolen in 1888 burgemeester van Veendam. Die functie zou hij bekleden tot 1891, waarna hij burgemeester werd van Doesburg. In 1893 maakt hij de overstap naar de Rotterdamse politie, waar hij op 1 februari werd benoemd tot hoofdcommissaris. Een belangrijke opdracht voor de nieuwe hoofdcommissaris was het reorganiseren van zijn korps, om het slagvaardiger te maken. Het Palingoproer in 1886 in Amsterdam, dat door het leger moest worden neergeslagen, had aangetoond dat de politie in Nederland bij dergelijke grootschalige ordeverstoringen tekortschoot. Ter voorbereiding op die reorganisatiemissie maakte Voormolen in 1893 een studiereis langs verschillende Europese politiekorpsen: in Parijs, Nantes, Bordeaux, Berlijn, Hamburg, Bremen, Antwerpen, Liverpool en Londen.

The Real History of Monkey Island

One day, Guybrush Threepwood decided that he wanted to be a pirate. The Secret of Monkey Island records what happened after that, painting a picture of a youth who discovers the miraculous world of the Caribbean. That grand world is filled with not that much piracy, but it's a sprawling society nonetheless, full of great, odd, likeable characters. One has to wonder though, how real is this world? While some of it is obviously made up by the game designers, some of it is surprisingly real. Join me for a voyage back in time, where we'll discover the rich history behind Guybrush' environment.
Close